Home

Onderwijs, radicalisme en dialoog

Share |

Het onderwijs, zoals Idenburg het verwoordde, heeft in onze maatschappij een sleutelmacht. Jongeren worden er (om)gevormd tot kritische burgers. De school is de plek waar jongeren de kans krijgen hun ideeën te ontwikkelen en hun identiteit vorm te geven. Binnen het onderwijs worden jongeren uitgedaagd om op een democratische wijze om te gaan met de verschillende opvattingen die er aanwezig zijn. Sinds een paar jaar wordt ons onderwijs geconfronteerd met een nieuw fenomeen: ‘radicalisering’. Hoewel radicale ideeën an sich een bron kunnen zijn van emancipatie en positieve verwezenlijkingen, worden ze pas problematisch wanneer ze gepaard gaan met geweld en terreur. En hier wringt het schoentje. Hoe kan of moet ons onderwijs omgaan met jongeren die vervallen in haatdragende radicale discourses? Brusselse en Vlaamse scholen zagen met zienderogen een aantal van hun leerlingen het pad van het gewelddadig extremisme kiezen en zelfs de rangen van de Islamitische Staat vervoegen. Leerkrachten werden met schrijnende taferelen geconfronteerd en konden niet altijd rekenen op de toen nodige ondersteuning. 

Hieruit vloeide de vraag hoe een docent dient om te gaan met dit fenomeen, wetende dat hij of zij niet per definitie over de nodige vaardigheden beschikt om het probleem van radicalisering aan te pakken? Een uitermate moeilijke vraag waarop het Vlaams Ministerie voor Onderwijs sinds kort een antwoord formuleerde. De taks force die werd opgericht rond radicalisering en waar verschillende experts aan meewerkten (o.a. islamologen en docenten) resulteerde in de ontwikkeling van een handleiding voor docenten. In de handleiding worden handvaten aangereikt die de nodige ondersteuning moeten bieden aan docenten die geconfronteerd worden met radicaliserende jongeren. Het gaat o.a. om het ontwikkelen van een online platform waar docenten educatief materiaal met elkaar kunnen delen tot de intensieve samenwerking met bepaalde organisaties die de nodige expertise kunnen leveren over radicalisme.
De vraag die wij ons tevens moeten stellen is hoe het zover is kunnen komen? Want het gaat hier over allochtone (of bekeerde) jongeren, uit de 2de en 3de generatie, die hun heil vinden in extremistische en haatdragende discourses. Waar is het de voorbije decennia verkeerd gelopen opdat dit fenomeen een aanzienlijke omvang kreeg? Wat kan het onderwijs bieden en betekenen inzake de strijd tegen radicalisering?


Het zijn vragen waar geen eenduidig antwoord op gegeven kan worden. De jongeren die vatbaar zijn voor extremistische discourses hebben zeer uiteenlopende profielen. Dé verklarende factor voor radicalisering bestaat dan ook niet. Wel hebben deze jongeren iets gemeenschappelijks; ze zijn allen bezig met hun identiteit vorm te geven. Het is daarom van essentieel belang dat het onderwijs deze jongeren begeleid in hun identiteitsvorming. Zoals imam Khalid Benhaddou, radicaliseringsexpert voor het Vlaams Ministerie van Onderwijs, onlangs in een Vlaams duidingsprogramma aangaf, moeten we werk maken van een inclusief onderwijs waar jongeren zich volledig kunnen ontplooien en waar ze ook reële kansen krijgen. De ongekwalificeerde uitstroom van allochtone jongeren in het secundair ligt beduidend hoger dan bij hun autochtone medestudenten. Wij kampen op dit moment ook nog altijd met gesegregeerde scholen. De school moet dé plek zijn waar jongeren elkaar ontmoeten en met elkaar debatteren en dit kan enkel het geval zijn als onze scholen ook een weerspiegeling zijn van onze samenleving. Hoe kunnen wij sociale cohesie bevorderen als er geen gemeenschappelijke ruimtes bestaat waar mensen elkaar ontmoeten?


Als politica en vooral als oud-leerkracht baar ik mij zorgen om de toekomst van onze jongeren. Ik geloof echter dat wij verhalen van onderuit moeten promoten. Binnen het onderwijs moet er plaats komen voor tegendiscourses die haatdragende boodschappen onderuithalen. Wij moeten onze jongeren toekomstperspectieven bieden en daarin speelt het onderwijs een cruciale rol, door haar pedagogische opdracht zonder enig onderscheid te vervullen. Ik ben ervan bewust dat het woelige tijden zijn en dat docenten bovenop hun reguliere taak van kennisoverdracht, ook een steeds zwaarder wegende pedagogische opdracht hebben bijgekregen. Daarom dient men nu, meer dan ooit, van onderwijs een prioriteit te maken en de nodige middelen ter beschikking stellen van het onderwijs opdat zij haar taken naar behoren kan vervullen.

Khadija op Facebook

Volg mij op

 

facebook.png

Visite

Wil je graag het Brussels Parlement bezoeken met Khadija als gids? Dat kan.

Je kunt zowel op weekdagen als op zaterdag bij ons terecht voor een gratis rondleiding in het Brussels Parlement.

Tijdens deze rondleiding krijg je uitgebreid toelichting over de werking en de rol van het Brussels Parlement. Het bezoek duurt ongeveer anderhalf uur, kan aangepast worden aan de leeftijdsgroep en wordt afgerond met een drankje, jou aangeboden door het Vlaams Parlement.

Geïnteresseerd?

Voor meer informatie, kun je mij contacteren via kzamouri@bruparl.irisnet.be of per telefoon 02/513 71 70. Je kunt je ook rechtsteeks tot het Brussels Parlement wenden.

Je moet er wel rekening mee houden dat je een groepsbezoek minstens twee maanden vooraf moet aanvragen, gezien de grote belangstelling.

Gebruikerslogin